Over het algemeen spreekt men van een slaapstoornis wanneer iemand, door wat voor reden dan ook, niet aan voldoende slaap toekomt en daardoor minder functioneert. Er is ook sprake van een slaapstoornis wanneer iemand te veel slaapt. Afhankelijk van het soort klachten zijn slaapstoornissen in te delen in twee categorieën: primaire en secundaire stoornissen. Bij primaire stoornissen vormt het slaapprobleem het hoofdprobleem en wordt het niet veroorzaakt door lichamelijke of psychologische problemen. Bij secundaire stoornissen is er een directe samenhang tussen het slechte slapen en een psychisch probleem (vooral depressie en angst) of klachten als pijn en jeuk door een lichamelijke ziekte (reuma, diabetes, schildklieraandoeningen, kanker).

Primaire slaapstoornissen worden weer onderverdeeld in twee groepen: de parasomnieën en dyssomnieën.

Bij parasomnieën doen zich tijdens de slaap ongewenste verschijnselen en/of gedragingen voor zoals slaapwandelen, nachtmerries, tandenknarsen en praten in de slaap.

Bij dyssomnieën gaat het om een groep van stoornissen die te maken hebben met de kwaliteit van de slaap, de lengte van de slaap en de tijdstippen van inslapen en wakker worden. We onderscheiden de volgende dyssomnieën:
Slapeloosheid doordat men moeite heeft met het in- en doorslapen. Dit wordt wel ‘insomnie’ genoemd. Je slaapt te kort omdat je moeilijk kan inslapen, ’s nachts vaak wakker wordt en/of ’s ochtends veel te vroeg wakker wordt en niet meer inslaapt.

Daartegenover staan stoornissen waarbij je teveel slaapt, de zogenaamde ‘hypersomnieën’.

De belangrijkste klacht bij stoornissen van het teveel slapen is dat je overdag slaperig bent en moeilijk wakker kunt blijven, ook al slaap je ’s nachts en vaak ook overdag veel. De 3 hypersomnieën die het meest voorkomen zijn slaapapneu, beentrekkingen en narcolepsie.