CPAP is de afkorting voor Continuous Positive Airway Pressure. Een CPAP wordt ingezet als behandeling voor ernstige OSAS (Obstructief SlaapApneuSyndroom).

Wat is een CPAP?

Een CPAP bestaat uit een luchtpomp, een slang, met daaraan een slaapmasker bevestigd. Het hele systeem is vrij te verplaatsen en kan dus overal mee naartoe worden genomen. Het slaapmasker wordt op de mond/neus bevestigd tijdens het slapen en de pomp staat gewoon op het nachtkastje zijn werk te doen.

Hoe werkt een CPAP?

Een CPAP blaast lucht in de luchtpijp via de mond en/of de neus. Dit zorgt ervoor dat er een positieve druk wordt opgebouwd in de luchtweg, waardoor de luchtwegen tijdens het slapen open blijven. Op deze manier vindt er geen ademstilstand (apneu) meer plaats en verdwijnt in de meeste gevallen het snurken.

Soorten CPAP’s

  • De standaard CPAP.
  • Deze werkt met een vaste druk. De hoogte van de druk is vooraf bepaald aan de hand van een proefperiode.

  • De automatische CPAP (ook wel APAP of auto-PAP genoemd).
  • Deze meet en past de druk automatisch aan naar de behoefte van de gebruiker tijdens het gebruik.

  • De BiPAP.
  • Soms wordt de vaste overdruk door de gebruiker niet goed verdragen. Dan wordt er een BiPAP ingezet. Deze zorgt voor een drukverschil tussen de inademing en de uitademing.

Maskers

Waarschijnlijk zijn de maskers het meest belangrijke onderdeel van een CPAP. Deze dient natuurlijk goed zijn functie uit te voeren, maar moet natuurlijk ook comfortabel zitten. Er zijn drie verschillende types maskers:

  1. Het masker dat zowel de neus als de mond bedekt. Deze versie wordt meestal toegepast bij gebruikers die hardnekkig door de mond blijven ademen.
  2. De neuskap. Deze bedekt alleen de neus en is het meest gebuikte type.
  3. De neusdoppen. Dit zijn kleine dopjes die op de neusgaten drukken. Dit type wordt voornamelijk gebruikt door rustige slapers met een lage druk.